Vlotter condenspotten

Zoekresultaten en specificaties

Artikelnaam: Vlottercondenspot Merk:
Voorraadartikel: Serie:
Fig.:
Aansluiting: DN:
Druktrap artikel: Max. drukverschil (bar):
Met ingebouwde filter: Kwaliteitsklasse:
Druktrap flens: Met automatische ontluchter:
Hoge capaciteit (HC): Materiaal:
Materiaal kopstuk: Materiaal zitting:
Materiaal klep: Materiaal binnenwerk:
Materiaal pakking 1: Max. mediumtemperatuur (cont.) (°C):
Voor horizontale inbouw: Voor verticale inbouw:
Geschikt voor perslucht:

intr_condens

Thermodynamisch_02

Thermodynamisch

Werking
De thermodynamische “TD” condenspot bestaat uit drie delen namelijk het huis, de schijfvormige klep en het deksel.

De werking berust op de wet van Bernoulli, waarin staat dat in een bewegende stof de som van potentiële energie en kinetische energie op alle punten gelijk is. Met andere woorden de druk is opgebouwd uit een statische en een dynamische druk. Daalt de statische druk dan stijgt de dynamische druk en vice versa.

Met een eenvoudig proefje is dit duidelijk aan te tonen. Houd een blaadje papier zodanig voor de mond dat het lange eind over uw hand afhangt naar beneden. Blaas nu krachtig over het papier en constateer hoe het blaadje omhoog komt. De druk boven het blaadje wordt omgezet in snelheid (wordt lager) en de druk eronder licht het op tot zelfs in de horizontale stand.

Klep met automatische ontluchter
Om luchtophoping boven de klepschijf te voorkomen zijn veel thermodynamische condenspotten te leveren met een speciale klep met automatische ontluchter ("anti air binding" klep).

Isoleerkapje
Bij buitenopstelling, wanneer de condenspot wordt blootgesteld aan sterke wind en/of lage temperaturen, verdient het aanbeveling over het deksel van de TD-condenspot een isoleerkapje aan te brengen.
Dit aluminium kapje waarborgt een regelmatige, rustige werking en is leverbaar voor 3/8" 1/2" en 3/4" thermodynamische condenspotten als fig. 1054AK.

Controle
Thermodynamische condenspotten zijn eenvoudig te controleren, het openen en sluiten is goed hoorbaar. Voor controle op afstand is de Spiratec lekdetector de beste oplossing.

mechanisch_01

Werking
Hierbij wordt het afvoermechanisme gestuurd door een bolvormige gesloten vlotter.
Dit is een zeer eenvoudige uitvoering, waarbij de lucht wordt afgevoerd door een handontluchter (L).
Door het toestromende condensaat gaat de vlotter (S) omhoog en wordt de afvoerklep (V) via een hefboomoverbrenging (H) geopend. Het condensaat wordt nu in de condensleiding afgevoerd, omdat de druk hierin in het algemeen (niet altijd) lager is dan in de stoomruimte, waarop de condenspot is aangesloten. Stroomt er meer condensaat toe dan stijgt de waterspiegel, wordt de afvoerklep verder geopend en de toenemende hoeveelheid condensaat wordt weer afgevoerd. De afvoer stelt zich derhalve in op de toevoer van condensaat en er ontstaat een continue afvoer zonder stoten, met andere woorden de condenspot stelt zich in op de belasting.

Wanneer de hoeveelheid toegevoerd condensaat vermindert daalt de waterspiegel en daarmee de vlotter. De afvoerklep gaat sluiten en sluit volledig als er geen condensaat meer wordt toegevoerd. Het vlottermechanisme is zodanig geconstrueerd dat klep en zitting onder de waterspiegel blijven als de condenspot gesloten is. Er blijft dan altijd een waterslot achter, waarmee “stoomdoorslag” wordt voorkomen.

De drijfkracht van de vlotter (S) overwint de kracht waarmee de klep (V) als gevolg van het drukverschil op de zitting wordt gedrukt. Bij stijgende druk wordt de sluitkracht op de klep groter, totdat de drijfkracht van de vlotter hem niet meer kan overwinnen. Voor hogere drukken is dan een grotere vlotter nodig (en daarmee een grotere condenspot) of een kleinere zittingdoorlaat (en daarmee een lagere capaciteit).

Ontluchting
Bij moderne vlottercondenspotten is er standaard een automatische ontluchter gemonteerd, die bij het opstarten de lucht snel kan afvoeren.

Installatievoorschriften
Belangrijk bij vlottercondenspotten is de montage wijze. Het vlottermechanisme moet met de arm altijd horizontaal gemonteerd worden. Daarom staan er op de vlottercondenspotten altijd twee pijlen. De eerste pijl staat op het huis en geeft de stromingsrichting aan, de tweede pijl staat op het typeplaatje en moet altijd naar beneden wijzen.

Controle
Vlottercondenspotten zijn zeer moeilijk te controleren, de enige betrouwbare methode is de Spiratec lekdetectie.

klokvlotter_01

Werking
De naam zegt het reeds; de vlotter is uitgevoerd als een klok of omgekeerde emmer (G), waarmee de afvoerklep (V) boven in de condenspot wordt geopend en gesloten. Bij het opstarten ligt de klok onderin, zodat het eerste condensaat zonder schokken kan worden afgevoerd. Verzamelt zich naast stoom ook lucht onder de klok dan wordt deze omhoog gedreven en sluit de klep.

De werking is te vergelijken met een omgekeerd glas in een emmer water. Het glas ondervindt door de lucht een opwaartse kracht. Wanneer de stoom na enige tijd condenseert, verliest de klok zijn drijfkracht, zakt en trekt de klep weer open, zodat het inmiddels aangevoerde condensaat weer afgevoerd wordt. Lucht condenseert niet bij deze temperaturen en zodoende zou de condenspot dicht blijven. Om dit te voorkomen is bovenin de klok een klein gaatje (B) aangebracht. Door deze opening kunnen lucht en andere niet condenseerbare gassen langzaam ontwijken, de klok zakt weer en de klep wordt weer geopend. Op deze wijze werkt de klokvlottercondenspot intermitterend dus open-dicht.

Bevriezingsgevaar
Net als in een vlottercondenspot staat er in een klokvlottercondenspot altijd water. Bij buitenopstelling moeten deze condenspotten geisoleerd worden of beter in de winter altijd onder stoom laten staan.

Controle
Klokvlottercondenspotten zijn zeer moeilijk te controleren, de enige betrouwbare methode is de Spiratec lekdetectie.

Bimetaal_01

Werking
De bimetaalcondenspotten zijn thermische condenspotten. Het bimetaalelement bestaat uit plaatjes van twee metalen met een verschillende lineaire uitzettingscoëfficiënt. Indien het bimetaal verwarmd wordt zal het evenredig met de temperatuurverandering gaan buigen. Van deze toestandsverandering wordt gebruik gemaakt om de klep van de condenspot te bedienen. Er zijn verschillende constructies mogelijk.

In afbeelding 1 bestaat het thermisch element uit meerdere bimetalen, waarvan er telkens twee tegenover elkaar liggen. De druk in de condenspot opent de klep die achter de zitting ligt.

Temperatuurverschil
Het condensaat verwarmt het element, de bimetaal plaatjes buigen waardoor de klep tegen de stoomdruk in wordt gesloten. Deze condenspot werkt dus op temperatuur en op druk. Om er nu zeker van te zijn dat geen stoom verloren gaat, is het element zodanig afgesteld dat de klep sluit voordat de stoomtemperatuur wordt bereikt. Zodoende is onderkoeling van het condensaat onder de stoomtemperatuur nodig om de klep te openen.

Bimetaalcondenspotten hebben derhalve een temperatuurverschil nodig om de klep te sturen. Dit is afhankelijk van de afstelling en de reactiesnelheid (hysteresis) van het bimetaalpakket.

grafiek Bimetaal

Installatievoorschriften
Bimetaalcondenspotten bij voorkeur monteren met het element in het horizontaal en de deksel aan de bovenzijde. Het verdient de voorkeur direct voor de condenspot een zakstuk te maken. Afhankelijk van de ingestelde onderkoeling is er een koelleiding van minimaal 1m voor de condenspot nodig.

Controle
Bimetaal zijn afhankelijk van de onderkoeling op temperatuur te controleren, de stoomdruk en capaciteit moeten dan wel bekend zijn. De meest betrouwbare en eenvoudige methode is de Spiratec lekdetectie.

Balgmemnraan

Werking
De balgmembraancondenspot (thermostaat condenspot) behoort tot de groep “thermische condenspotten”. De balgmembraan (T) is een geheel gesloten roestvaststalen “doos” gedeeltelijk gevuld met een mengsel van alcohol en water waarvan het kookpunt lager ligt dan van water. Bij verwarming ontstaat in de balgmembraan een dampspanning die steeds hoger ligt dan de druk van verzadigde stoom. Afhankelijk van de mengverhouding sluit de condenspot bij 5° tot 24°C onder de stoomtemperatuur. Op deze wijze wordt condensaat afgevoerd en stoom tegengehouden zonder bijstelling bij wisselende druk.

Temperatuurgrafiek
De werking laat zich goed verklaren aan de hand van de grafiek in afbeelding 1. Stel dat de balgmembraancondenspot een onderkoeling van 20 °C heeft en gebruikt wordt voor het ontwateren van een kookketel met een werkdruk van 5 bar en\n159 °C. Bij het opstarten staat de condenspot volledig open, de kookketel is nog koud en drukloos. Wordt nu de stoom langzaam (zoals het hoort) toegelaten dan zullen lucht en condensaat snel en gemakkelijk worden afgevoerd. Naarmate het condensaat heter wordt, stijgt de dampspanning in de balgmembraan en volgt daarbij de gestippelde kromme in de grafiek. In dit voorbeeld zal de condenspot dus sluiten bij een temperatuur van 139 °C.

Na het sluiten van de condenspot verzamelt zich condensaat in de toevoer. Zodra dit voldoende is afgekoeld zal de condenspot het condensaat afvoeren.

grafiek Balg

Installatievoorschriften
De balgmembraancondenspot moet gemonteerd worden met de balg in het horizontale vlak en de deksel aan de bovenzijde, het verdient de voorkeur direct voor de condenspot een zakstuk te maken. Afhankelijk van de onderkoeling moet er een koelleiding van minimaal een halve meter voor de condenspot gemaakt worden.

Controle
Balgmembraancondenspotten zijn afhankelijk van de onderkoeling op temperatuur te controleren, de stoomdruk en capaciteit moeten dan wel bekend zijn. De meest betrouwbare en eenvoudige methode is de Spiratec lekdetectie.

Linkedin Twitter Facebook Youtube Google+ Pinterest
Printen Email
Econosto